Pas in de 19e eeuw bleek dat er eigenlijk twee soorten jade waren, nefriet en het veel zeldzamere en kostbaardere jadeiet. Jadeiet is een pyroxeen mineraal en er is eigenlijk maar één vindplaats van mooie jadeiet: Myanmar (Birma). De kostbaarste is smaragdgroen doorschijnend en wordt Imperial jade genoemd. Het is de nationale edelsteen van China en op veilingen in Hong Kong worden recordbedragen neergeteld voor topstukken. Jadeiet kan ook wit, gelig of bruin zijn en bijzonder is lavendelkleurige jadeiet. In Art Deco sieraden was gesneden groene jadeiet, meestal in bloemmotieven, bijzonder populair.
Toermalijn dankt zijn naam aan een Sinhalees woord voor "steen met gemengde kleuren", bedacht door de Hollandse zeevaarders die deze edelsteen in het begin van de 18e eeuw meenamen uit Sri Lanka. Mineralogisch zijn er meer dan 10 soorten toermalijn op basis van kleine verschillen in de chemische samenstelling. Karaktersitiek zijn de prismatische kristallen met 3- à 6-hoekige doorsnee, die soms in de lengte, soms in de dwarsrichting zones van verschillende kleur hebben. Verder staan ze bekend voor de insluitsels, zogenaamd trichieten, draderige vloeistofinsluitsels. Toermalijn wordt wel de gekristalliseerde kaleidoscoop genoemd: van alle edelstenen heeft toermalijn ongetwijfeld de grootste verscheidenheid in kleuren. Voor sommige kleuren worden aparte benamingen gebruikt. De meeste toermalijnkristallen worden aangetroffen in pegmatietaders, de mooiste in de pockets in die aders. Vindplaatsen zijn onder andere Minas Gerais (Brazilië), vele Afrikaanse landen en Afghanistan.