In de Griekse mythologie werd Persephone, godin van de lente en nieuwe gewassen, ontvoerd door Hades, god van de onderwereld. Na lang zoeken gebood Persephones vader Zeus, dat Hades zijn dochter vrij moest laten. Hades overtuigde de godin om als laatste maal in de onderwereld zes granaatappelpitten te eten. Wat zij niet wist, is dat als men eenmaal iets eet in het dodenrijk, terugkeren naar de levende wereld onmogelijk is. Uiteindelijk sloot men de deal dat Persephone voor ieder pitje dat ze gegeten had, elk jaar een maand in de onderwereld moest verblijven. Zo kwam het dat in de lente de wereld tot bloei komt, en als de godin zes maanden in de onderwereld moet doorbrengen, al het groen verdort. Granaatkristallen werden door de oude Grieken gezien als voorstelling van de pitten, die qua kleur en maat erg op elkaar lijken en daarom werden gedragen als wens om terugkeer van een geliefde. - Granaat is de geboortesteen van de maand januari -"
Turquoise werd al 7000 jaar geleden gewaardeerd als edelsteen. De naam komt van "pierre turqoise", Turkse steen, omdat via Turkije de edelsteen uit het vroegere Perzië naar Europa kwam. Turquoise is een koperfosfaat . De kleur variëert van hemelsblauw to blauwgroen tot groen. Vaak vertoont het donkere adertjes en insluitsels van pyriet en calciet. Turqoise kan vrij poreus zijn. Daarom kan het geïmpregneerd worden met kunsthars om het harder te maken. Ook kan het gebeitst worden. Turquoise kan verkleuren van blauw naar groen en is gevoelig voor chemicaliën. Belangrijke vindplaatsen nu zijn New Mexico, Colorado en Nevada.