Toermalijn dankt zijn naam aan een Sinhalees woord voor "steen met gemengde kleuren", bedacht door de Hollandse zeevaarders die deze edelsteen in het begin van de 18e eeuw meenamen uit Sri Lanka. Mineralogisch zijn er meer dan 10 soorten toermalijn op basis van kleine verschillen in de chemische samenstelling. Karaktersitiek zijn de prismatische kristallen met 3- à 6-hoekige doorsnee, die soms in de lengte, soms in de dwarsrichting zones van verschillende kleur hebben. Verder staan ze bekend voor de insluitsels, zogenaamd trichieten, draderige vloeistofinsluitsels. Toermalijn wordt wel de gekristalliseerde kaleidoscoop genoemd: van alle edelstenen heeft toermalijn ongetwijfeld de grootste verscheidenheid in kleuren. Voor sommige kleuren worden aparte benamingen gebruikt. De meeste toermalijnkristallen worden aangetroffen in pegmatietaders, de mooiste in de pockets in die aders. Vindplaatsen zijn onder andere Minas Gerais (Brazilië), vele Afrikaanse landen en Afghanistan.
Wist je dat Zonnesteen, Maansteen, Amazoniet, Andesien en Labradoriet allemaal tot de veldspaten behoren en veldspaat het meest voorkomende mineraal is in onze aardkorst? Ondanks dat zo'n 60% van onze aardkorst bestaat uit veldspaat is slechts een kleine percentage geschikt als edelsteen. De veldspaten zijn aluminiumsilicaten en worden ingedeeld in: - kaliveldspaat, met kalium en - plagioklaasveldspaat, met natrium en calcium. De kaliveldspaten zijn orthoklaaas, dat monoklien kristalliseert en microklien, dat triklien kristalliseert. Afhankelijk van de verhouding van deze elementen kunnen er verschillende edelstenen ontstaan. Zo behoren Amazoniet en de meeste Maansteen tot de kaliveldspaten terwijl Labradoriet en Zonnesteen bij de plagioklaasveldpaten horen. De naam orthoklaas betekent recht splijtend en plagioklaas scheef splijtend. Orthoklaas staat met 6 op de hardheidsschaal van Mohs.